Al snel rolden er enorme hoeveelheden vellen met proza uit onze printer. Dit deed hij in de stijl van een soort reisverslag en soms zelfs in rijmvorm.
Na een uur moest Allan Smith de door ons meegegeven matrix ruimte uitvouwen, zodat wij hem konden terughalen.
Zoals afgesproken startten wij de procedure, maar er gebeurde niets.....
Eerst dachten we dat er een enorme fout door ons was gemaakt totdat Che op de printer wees. Er werd een gedicht van Reinhard Maria Rilke uitgeprint. Dat hield in dat Allan zijn matrix dus nog niet had ontvouwen.
Het gespannen wachten in het centrum begon.
Na drie uur begon de man eindelijk dorst te krijgen en pas toen herinnerde hij zich dat hij zijn matrix kleed moest ontvouwen. Nu moesten wij ons weer haasten, maar hij was al snel terug.
Hij was volgens eigen zeggen euforisch geworden door de omgeving, al was ‘de wereld veel te klein, je zag te snel het einde van de horizon’ en dat kwam voor ons hard aan.
Eigenlijk gebeurde er de tweede en derde keer precies hetzelfde: Allan Smith werd op de wereld gezet en was alleen terug te halen wanneer hij dat zelf wilde. De derde keer brak er een flinke ruzie uit. Een aantal medewerkers, waaronder ikzelf, vonden het onverantwoord en zeer stupide dat hij niet op het afgesproken tijdstip zijn ruimte uitvouwde. De laatste keer moesten we 4 uur op hem wachten. Ook de verslagen vond ik niet duidelijk genoeg. Hij sprak in een soort ‘middeleeuwse-reisverslagen-taal’, waaruit we maar moeilijk iets bruikbaars konden halen.
Volgens eigen zeggen was hij geen man van de klok en waren onze tijden voor veldwerk absurd kort. Hierdoor kon je nooit de ziel van een landschap proeven en zou het altijd een armetierig zooitje wiskunde blijven.